donderdag 25 september 2014

Vanochtend werd ik wakker uit een heel bijzondere droom: Ik was in een oud, monumentaal gebouw, samen met cursisten. Ik zou een cursus leiden die dag. In het gezelschap was een Islamitische man met een lange baard. Hij was traditioneel gekleed. Een beetje aparte keuze voor de cursus die ik ging geven, maar dat viel me toen nog niet op. Toen op een gegeven moment de bel ging, vroeg ik een van de cursisten de deur, die een eind verderop was in het gebouw, open te doen. Hij bleef lang weg en de blik op het gezicht van de Islamitische man met de baard trok mijn aandacht. Hij keek alsof hij meer wist van wat of wie er kwam en ik werd wat angstig. Het vermoeden dat heel even door mijn hoofd schoot, maar ik onmiddellijk weg redeneerde, werd bevestigd: Er kwam een hele groep Moslims binnen en ze leken geen goede bedoelingen te hebben. Toen ze allemaal waren gaan zitten, tussen de mensen van onze groep, nam ik het woord. Ik vroeg ze de cursisten te laten gaan.Ik legde uit dat zij niets met hun gevoelens van onvrede te maken hadden. Het was geen groep die iets tegen had op hun denkbeelden, het was juist een zeer vredige groep. 

De leider van de groep Moslims nam het voortouw. Het bleek niet de man met de baard maar een jonge man, begin twintig misschien. Hij liet mij de cursisten naar buiten begeleiden, maar wilde dat ik terug kwam. Ik bracht mijn cursisten in veiligheid en keerde terug naar de groep. Gek genoeg zaten ze nog steeds allemaal rustig op hun plek. Ze spraken over de voorbereiding van hun aanslag. Ze wilden het gebouw tot ontploffing brengen, midden in het centrum van een drukke stad. Ik liep door de ruimte, ze lieten het toe. Ik keek ze aan. Er waren mannen, jongere en oudere, maar tot mijn verbazing waren er ook meerdere vrouwen aanwezig. Waar ik in hun ogen alleen haat had verwacht, bekeken ze mij nieuwsgierig. In hun ogen zag ik mijn eigen ogen weerspiegeld. Ik was niet bang meer. Ik sprak met ze. Ik legde ze uit hoe ik in het leven sta en vroeg ze naar hun denkbeelden. Uiteindelijk lieten ze mij gaan. Ze waren niet van gedachten veranderd over hun aanslag, omdat ze wanhopig waren. Maar mij lieten ze vrij. Ik werd wakker voor ik kon besluiten wat mijn volgende stappen zouden zijn om te proberen de aanslag te voorkomen. Met in mijn hoofd één zin: De haat die wij zien in de wereld, is onze eigen haat weerspiegeld.

Laatst las ik dat de Jihad eigenlijk staat voor de heilige oorlog die je voert met jezelf, de oorlog om een beter mens te worden. Voor mijn gevoel is de wereld, met al zijn brandhaarden, een weerspiegeling van deze strijd in onszelf en met elkaar. Als wij zouden leren niet meer met onszelf te strijden en niet meer met onze naasten, zouden wij dan, in het klein, niet een goede start maken van het oplossen wat er in het groot allemaal gebeurt nu?

Op ieder moment dat bij onszelf haat en angst overheerst -voor onszelf, voor iemand die we kennen, of voor wat we juist niet kennen en niet begrijpen-, dragen wij bij aan de chaos. Ieder moment dat de media weer hun best doen om ons vol te proppen met hun angst- en haatzaaierij, wordt er bij ons een zaadje geplant. Een zaadje dat, als het uitgroeit, bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van de chaos. Angst wordt ons met de paplepel ingegoten en uit angst kan haat voortvloeien. De media en de politiek floreren onder deze angst, onder de haat die eruit voortkomt.

Ik praat niet in, of over complot theorieën. Ook daarvan vind ik dat ze angst en haat zaaien en dus bijdragen aan dat wat we niet willen. Ik zeg ook niet dat ik de oplossing weet. Misschien is het begin van de oplossing zo simpel -en tegelijkertijd zo onvoorstelbaar moeilijk- als de strijd opgeven en alles gaan bekijken vanuit liefde. Het opgeven van oordelen, over onszelf en over anderen. Het stoppen van het verspreiden van angst. Het kijken naar elkaar en elkaar ZIEN. De focus leggen op wat ons (ver)bindt, in plaats van op onze verschillen. Zou de kiem niet daar liggen, in dat kleine? Zodat het door kan groeien tot iets groots, iets wereldwijds? 
Ik weet wel dat de oplossing niet ligt in het zaaien van nog meer angst, nog meer haat. Ik zeg niet dat alle militaire operaties die er nu zijn, niet nodig zijn; ik weet het simpelweg niet. Maar ik weet wel wat IK kan doen: me niet laten meeslepen en iedereen die ik zie hetzelfde proberen te bekijken. Te blijven glimlachen naar wie ik ontmoet. En te proberen de vrede in mijzelf te vinden, gewoon als beginnetje. Vanaf daar zien we wel weer, maar wat zou het al een mooi uitgangspunt zijn!

Liefs,
Nadia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen